Tung Wee Phea, auteur op Advocatenkantoor Phea in Arnhem
Vragen of interesse? Neem contact op!

Geplaatst: 19 augustus 2018

Stichting CIS: de registraties uitgelegd

Waarschijnlijk had u nog nooit van de Stichting CIS uit Zeist gehoord, totdat een verzekeraar (vast)stelde dat er sprake is van verzekeringsfraude. Op dat moment registreert de stichting (persoons)gegevens in haar databank, het Extern Verwijzingsregister (EVR).

De Stichting CIS houdt meer bij dan alleen fraudegevallen. De stichting valt het best te vergelijken met het BKR. Ook daar kan een vermelding afhankelijk van het type verschillende gevolgen hebben.

We zetten voor u op een rij wat de Stichting CIS doet, welke gegevens de stichting registreert en welke gevolgen dat voor u kan hebben. Ontdek wat een EVR-registratie kan betekenen en of er inderdaad sprake is van een zwarte lijst.

Zie ook: Beticht van verzekeringsfraude? Op de zwarte lijst geplaatst, wat nu?

 

Wat doet de Stichting CIS?

De Stichting Centraal Informatie Systeem (CIS) is een organisaties van en vóór verzekeraars en hun gevolmachtigden. De stichting houdt gegevens bij van personen en bedrijven, zodat verzekeraars risico’s beter kunnen inschatten. Een vermelding bij het CIS gaat dus over aanwezigheid in de databanken bij deze stichting. Eenmaal geregistreerd kan dat verschillende gevolgen hebben, afhankelijk van het type melding.

 

Wat houdt een vermelding bij Stichting CIS in?

De databanken van de stichting bevatten gegevens van 13 miljoen personen en bedrijven uit Nederland. De kans is daarmee groot dat ook u geregistreerd staat. Gezien de verschillende type mogelijke meldingen hoeft dat geen (grote) negatieve gevolgen te hebben. U kunt te maken krijgen met de volgende vermeldingen bij de CIS Stichting:

 

Claimmeldingen (CM)

De meeste vermeldingen bij de stichting gaan om een claimmelding, afgekort tot CM. Het zijn schademeldingen, die ontstaan als u een schadeclaim indient bij uw verzekeraar. Er is sprake van een ‘ongekleurde’ melding, omdat het slechts registreert dat u een claim heeft gedaan.

Stel dat u op vakantie gaat en uw portemonnee gestolen wordt. U dient op 1 augustus een claim in bij uw reisverzekering, om de paar honderd euro die daarin zat te laten vergoeden. Van de claim van 350 euro die u indient wordt 250 euro toegekend. De Stichting CIS neemt in de systemen op dat u op 1 augustus een claim heeft ingediend en dat van de gevraagde 350 euro uiteindelijk 250 euro is uitbetaald.

Het is een feitelijke melding, zonder nadelige gevolgen voor u als verzekerde. De vermelding bij de Stichting CIS heeft op die manier niet of nauwelijks gevolgen. Houd er wel rekening mee dat u de melding dient op te geven als een verzekeraar daar om vraagt. En indien u veel van dergelijke meldingen heeft kan een verzekeraar toch besluiten om u te weigeren. Wilt u iets aan dit type melding doen? Dat kan alleen als die feitelijk onjuist blijkt.

 

Waarborgfondsmelding onverzekerden

Raakt u met een motorvoertuig betrokken bij een schade en bent u op dat moment niet verzekerd? Dan krijgt u te maken met een waarborgfondsmelding onverzekerden bij de Stichting CIS. De stichting registreert de gegevens van de kentekenhouder, bezitter of bestuurder van het voertuig.

 

Ontzegging van de rijbevoegdheid

Is u de rijbevoegdheid ontzegd? Daarvan wordt dit type melding gemaakt in de databanken van de Stichting CIS. Dit gebeurt als de politierechter u een ontzegging van de rijbevoegdheid oplegt, bijvoorbeeld vanwege het gebruik van te veel alcohol in het verkeer. Uiteraard kan dit type Stichting CIS-vermelding ook door andere oorzaken ontstaan.

 

Vertrouwelijke Mededelingen (VM)

Verzekeraars kunnen een vertrouwelijke mededeling (VM) in de databanken opnemen. Dit is een waardeoordeel over een persoon of een schadeclaim. Verzekeraars kunnen daar in twee verschillende situaties voor kiezen:

 

Extern Verwijzingsregister (EVR)

Tenslotte kunt u bij de Stichting CIS te maken krijgen met een registratie in het Extern Verwijzingsregister (EVR). Dat doet een verzekeraar alleen als die van mening is dat u verzekeringsfraude pleegt of u daar een poging toe doet.

Stelt een verzekeraar vast dat u bij de aanvraag van een verzekering niet eerlijk bent over uw schadeverleden en/of het strafrechtelijk verleden? Ook in dat geval kunt u te maken krijgen met een EVR-registratie.

We krijgen als advocatenkantoor regelmatig te maken met onterechte EVR-registraties. Verzekeraars stelen dat er sprake is van (poging tot) verzekeringsfraude of opzettelijke misleiding, terwijl daar geen sprake van is. Het gevolg is een onterechte EVR-registratie, die grote gevolgen kan hebben. Een vermoeden van verzekeringsfraude of opzettelijke misleiding is namelijk niet genoeg voor een dergelijke vermelding. Wij kunnen u helpen de onterechte vermelding ongedaan te maken, zodat u daar geen last meer van zal hebben.

Tip: benieuwd of u geregistreerd staat bij de Stichting CIS? Gebruik het inzageformulier om een inzageverzoek te doen. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG, Europese privacy-richtlijn) heeft u het recht te weten welke gegevens de Stichting CIS in haar databanken over u verwerkt.

 

Wat zijn de gevolgen van een CIS-vermelding?

Een Stichting CIS-vermelding kan verschillende gevolgen hebben. Dat kunnen grote gevolgen zijn tijdens de aanvraag van een nieuwe verzekering, net als tijdens een schade-afwikkeling. We zetten de gevolgen van twee zwaarwegende type vermeldingen voor u onder elkaar:

 

Vertrouwelijke mededelingen

Is er sprake van een vertrouwelijke mededeling door de verzekeraar? De gevolgen daarvan hangen af van de oorzaak die daar aanleiding toe gaf. Beëindigt een verzekeraar uw verzekering vanwege een bovengemiddeld aantal schadeclaims? De kans is dan klein dat andere verzekeraars u zonder problemen zullen accepteren, als u een nieuwe polis aanvraagt.

Registreert uw verzekeraar een beëindiging omdat u de contractuele verplichtingen niet bent nagekomen? Als het bijvoorbeeld gaat om het niet betalen van de premie zullen andere verzekeraars extra terughoudend zijn. Het gevolg kan zijn dat u zich alleen tegen een hogere premie en met minder gunstige voorwaarden opnieuw kunt verzekeren. Dat kan grote financiële gevolgen hebben.

 

EVR-registratie

Krijgt u te maken met een EVR-registratie bij de Stichting CIS? De verzekeraar stelt daarmee dat er sprake is van verzekeringsfraude of een poging daartoe. Dat betekent in de praktijk dat u zich praktisch nergens meer kunt verzekeren.

Let op: verzekeraars kunnen zowel personen als bedrijven registreren bij de Stichting CIS.

Zodra u een EVR-registratie heeft in de CIS databanken kunt u alleen nog terecht bij de Vereende Verzekeringen, voorheen bekend als Rialto Verzekeringen en daarvoor als Terminus. Het is een specialist in probleemverzekeringen.

U betaalt een veel hogere premie dan gebruikelijk en de voorwaarden zullen minder gunstig zijn. Bovendien kunt u bij de Vereende geen bootverzekering of ziekteverzuimverzekering afsluiten. U heeft de keuze uit een beperkt productaanbod. Helaas kunt u met een EVR-registratie over het algemeen nergens anders terecht.

Een vermelding bij de Stichting CIS kan dus grote gevolgen hebben, afhankelijk van het type melding dat uw verzekeraar maakt. Wij kunnen u als advocatenkantoor helpen om vast te stellen of de vermelding terecht is. Vindt u die onterecht? We kunnen u helpen een EVR-registratie te verwijderen of u adviseren over andere meldingen waar u mee te maken heeft.

Tip: heeft u een rechtsbijstandsverzekering met dekking voor dergelijke zaken? Uw verzekeraar betaalt onder voorwaarden onze advocaatkosten. Met uw toestemming nemen we contact op met uw verzekeraar, om de dekking in orde te maken.

Heeft u vragen over de CIS-vermelding of bent u benieuwd naar de mogelijkheden om daar iets aan te doen? Neem vrijblijvend contact met ons op, dan vertellen we u graag meer.


Tags: , , ,

Geplaatst: 10 augustus 2018

7 gevolgen van verzekeringsfraude

Wanneer een verzekerde een schadeclaim indient bij de verzekeraar, kan de verzekeraar een onderzoek instellen naar de claim. Er wordt bijvoorbeeld een toedrachtsonderzoeker ingeschakeld om een interview af te nemen bij de verzekerde of derden. Een uitkomst van het onderzoek kan zijn dat de verzekeraar van mening is dat sprake is van opzettelijke misleiding van de verzekeraar, ofwel verzekeringsfraude. Hoewel de verzekerde het daarmee oneens is, zal de verzekeraar gevolgen willen verbinden aan de door haar vastgestelde verzekeringsfraude.

In dit artikel komt in hoofdlijnen aan bod welke gevolgen de verzekeraar kan (dus hoeft niet) verbinden aan haar vaststelling dat sprake is van verzekeringsfraude. Het is een andere vraag of die vaststelling wel of niet terecht is. Alleen bij vaststaande of bewezen verzekeringsfraude kan de verzekeraar gevolgen daaraan verbinden. Anders niet. Daar wordt kort op teruggekomen in dit artikel en verwezen naar andere artikelen op onze website.

Gevolg 1: dekking wordt geweigerd

De verzekeraar zal bij vastgestelde verzekeringsfraude (vrijwel) altijd de uitkering van de schadeclaim weigeren. Dit zal de verzekeraar doen met een beroep op de wet of de polisvoorwaarden van de verzekering. Daarbij gaat de verzekeraar, in vergelijking met omringende landen, erg ver. De verzekeraar zal namelijk de gehele claim weigeren, ook al ziet de verzekeringsfraude op een klein onderdeel. Voorbeeld: bij een inbraak die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden worden de sieraden, een horloge en een televisie gestolen met een totale waarde van 2000 euro. De verzekerde geeft dit op in zijn schadeclaim, maar geeft ook aan dat een camera van 100 euro is gestolen. De verzekeraar komt erachter dat de camera niet tot de gestolen goederen behoort. Hoewel de verzekeringsfraude dan ‘slechts’ die 100 euro betreft tegenover een wel terechte claim van 2000 euro, zal de verzekeraar de hele claim weigeren uit te keren.

Er zijn echter uitzonderingen denkbaar op dit ‘altijd niets’-beginsel. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de verzekerde meerdere verzekeringen heeft lopen, zoals een inboedel- en een opstalverzekering, en dat vaststaande fraude bij één verzekering niet per se hoeft te betekenen dat de uitkering bij de andere verzekering komt te vervallen. Onder omstandigheden is een volledige verval van het recht op uitkering op beide verzekeringen niet gerechtvaardigd.

Gevolg 2: beëindiging van de verzekering(en)

Een tweede maatregel die bij vastgestelde fraude (vrijwel) altijd genomen wordt door de verzekeraar is de beëindiging van de verzekering. Dan gaat het in eerste instantie om de verzekering waar de (vermeende) fraude op ziet. Vaak zegt de verzekeraar dat zij uitgaat van wederzijds vertrouwen en dat dit vertrouwen geschaad is. Om die reden wordt de verzekeringsrelatie met de verzekerde stopgezet. Daarbij wordt tevens verwezen naar de polisvoorwaarden, waarin opgenomen is dat de verzekeraar de overeenkomst kan beëindigen bij gebleken verzekeringsfraude.

In diezelfde polisvoorwaarden staat vaak ook opgenomen dat andere verzekeringen die de verzekerde heeft lopen bij dezelfde verzekeraar, ook beëindigd kunnen worden. De verzekeraar zal dan met inachtneming van de opzegtermijn ook deze verzekeringen beëindigen. Niet alle verzekeringen kunnen echter stopgezet worden. Ten aanzien van de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen is dat namelijk niet altijd toegestaan. Wanneer beëindiging niet toegestaan is, zal de verzekeraar aantekenen dat uitbreiding of verhoging van de dekking niet langer geaccepteerd wordt.

Gevolg 3: opname persoonsgegevens in Incidentenregister verzekeraar

Een derde (mogelijke) gevolg is de opname van de (persoons)gegevens in het Incidentenregister van de betreffende verzekeraar, wat neerkomt op een eigen zwarte lijst van de verzekeraar. Andere namen die gebruikt worden in de praktijk zijn Gebeurtenissenadministratie en Intern Verwijzingsregister.

Wat voor gevolgen heeft zo’n registratie dan? Wanneer de verzekerde een nieuwe verzekering wilt afsluiten, zal hij/zij vrijwel zeker geweigerd worden bij de verzekeraar waar hij/zij in het Incidentenregister staat. Het gaat dan ook om een zwarte lijst met personen die de verzekeraar niet in haar klantenbestand wilt hebben.

Verzekeraars in Nederland opereren onder meerdere (handels)namen. Zo vallen Centraal Beheer, FBTO en Interpolis allemaal onder de Achmea Groep. En Europeesche is dan weer een handelsnaam van ASR Schadeverzekeringen. Een registratie in het Incidentenregister betekent dat alle verzekeraars die behoren tot dezelfde groep en hetzelfde moederbedrijf hebben, toegang hebben tot het Incidentenregister.

Gevolg 4: de gegevens worden gezet in het EVR van de stichting CIS

Wanneer de verzekeraar verder wenst te gaan, zal zij ook andere verzekeraars willen waarschuwen. In dat geval worden de (persoons)gegevens ook gezet in het zogeheten Extern Verwijzingsregister (afgekort: EVR) van de stichting CIS te Den Haag. Alle aangesloten verzekeraars hebben toegang tot het EVR van de stichting CIS. In de praktijk betekent dit dat de verzekerde nergens meer een verzekering kan afsluiten tegen gangbare tarieven en voorwaarden. In feite betekent dit dat elke keer dat de naam van de verzekerde opduikt een rode vlag omhoog gaat en verzekerde geweigerd wordt.  De verzekerde kan in de praktijk dan alleen nog terecht bij De Vereende, die zogenaamde ‘probleemverzekeringen’ afsluit. Gevolg is dat er véél meer verzekeringspremie betaald moet worden en dat er minder gunstige voorwaarden gelden.

Vanwege deze verregaande consequenties wordt een opname in het EVR van de stichting CIS aan zeer strenge eisen verbonden. Een onterechte registratie in het EVR komt Advocatenkantoor Phea helaas maar al te vaak tegen. Door de strenge eisen valt genoeg te doen tegen een EVR-registratie en kan zo’n CIS-registratie of EVR-registratie verwijderd worden. Zo is een redelijk vermoeden van verzekeringsfraude onvoldoende voor registratie in het EVR. Niet alleen moet er een gerechtvaardigde overtuiging zijn dat sprake is van verzekeringsfraude. Ook moet er voldoende bewijs van verzekeringsfraude voorhanden zijn. Deze overtuiging en het bewijs moeten er zijn op het moment van opname van (persoons)gegevens in het EVR.

Zie ook: Beticht van verzekeringsfraude? Op de zwarte lijst geplaatst, wat nu?

De maximale duur van registratie is acht jaar. Hoewel in het verleden steevast de registratieduur op acht jaar werd gezet, ziet Advocatenkantoor Phea steeds vaker dat lagere registratieduren gehanteerd worden. Dit zal te maken hebben met het feit dat er een verplichte belangenafweging dient plaats te vinden, waarbij gekeken wordt naar de belangen van de verzekeraar en de belangen van de verzekerde. Het kan dus gebeuren dat ook bij vaststaande verzekeringsfraude niet tot externe registratie in het EVR overgegaan wordt vanwege de zeer nadelige gevolgen voor de verzekerde.

 

Gevolg 5: melding aan het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit

Veelal gaat de registratie van (persoons)gegevens in het EVR gepaard met een melding van de kwestie bij het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit van het Verbond van Verzekeraars (afgekort: CBV). Het CBV is een afdeling binnen het Verbond van Verzekeraars (belangenvereniging van verzekeraars binnen Nederland) waar enkele mensen werkzaam zijn. Het CBV gebruikt de informatie voor het coördineren van onderzoeken naar verzekeringsfraude. De verzekeringsbranche kan via het CBV de registratie ook raadplegen bij sollicitaties en aanstellingen. Een dergelijke melding aan het CBV kan dus verregaande gevolgen hebben wanneer de verzekerde een carrière ambieert in de verzekeringsbranche of bij een financiële instelling.

 

Gevolg 6: onderzoekskosten worden gevorderd

Verder zal de verzekeraar ook de gemaakte onderzoekskosten willen verhalen op de verzekerde. De stelling van de verzekeraar komt erop neer dat zij geen onderzoekskosten had gemaakt als er niet is gefraudeerd. In de eerste plaats wordt een vast bedrag van 532 euro gevorderd, wat een gemiddelde bedrag aan onderzoekskosten per onjuiste schademelding betreft. De Service Organisatie Directe Aansprakelijkheid (SODA) incasseert deze kosten. Wanneer de verzekeraar ook externe onderzoeksbureaus of deskundigen heeft ingeschakeld, bijvoorbeeld voor het uitlezen van de auto of voor ongevalsonderzoek, zullen ook deze kosten neergelegd worden bij de verzekerde.

Gevolg 7: aangifte bij politie

Tot slot zal in sommige gevallen aangifte worden gedaan bij de politie van (verzekerings)fraude of valsheid in geschrifte. Dit komt in de praktijk echter erg zelden voor. Het lijkt erop dat aangifte bij de politie gedaan wordt in de gevallen dat het fraudebedrag heel hoog is en in gevallen waar sprake is van georganiseerde misdaad.

 

"Vanwege de verregaande maatregelen die verbonden zijn aan de vaststelling van verzekeringsfraude, mag niet al te lichtvaardig verzekeringsfraude aangenomen worden."

Conclusie

Zo bezien zijn er best veel maatregelen die getroffen kunnen worden wanneer de verzekeraar van mening is dat sprake is van verzekeringsfraude. Vanwege de verregaande maatregelen die verbonden zijn aan de vaststelling van verzekeringsfraude, mag niet al te lichtvaardig verzekeringsfraude aangenomen worden. De verzekeraar moet gedegen onderzoek verrichten en nauwgezet nagaan of inderdaad sprake is van bedrog of verzekeringsfraude. Het moet niet gaan om een vergissing of misverstand.

Wordt in uw geval ten onrechte verzekeringsfraude vastgesteld met alle gevolgen van dien? Advocatenkantoor Phea wijst u op uw rechten en voorziet u van advies. Waar nodig kan een gerechtelijke procedure aanhangig worden gemaakt door een gespecialiseerde verzekeringsadvocaat. Heeft u een rechtsbijstandverzekering die dekking verleent? Uw rechtsbijstandsverzekeraar betaalt dan uw advocaatkosten bij een gerechtelijke procedure. Met uw toestemming nemen wij contact op met uw rechtsbijstandsverzekeraar om de dekking te regelen.

Hebt u vragen over een zaak waarbij de verzekeraar verzekeringsfraude aanneemt en/of over het verzekeringsrecht? Hebt u een discussie met uw verzekeraar over de dekking? Wij helpen u graag verder. Neem vrijblijvend contact met ons op. Vraag hierbij om een vrijblijvend kennismakingsgesprek, waarbij een advocaat oordeelt of uw zaak kans van slagen heeft.


Tags: , , , ,

Geplaatst: 1 september 2017

Strafrechtelijk verleden en verzekering, wel of geen uitkering?

Menigeen die een verzekering afsluit, zal de vraag over het strafrechtelijk verleden (oftewel: strafblad) kennen die verzekeraars stellen bij de aanvraag van een verzekering: “Bent u in de afgelopen 8 jaar in aanraking gekomen met politie en/of justitie?” De onjuiste of onvolledige beantwoording van deze vraag of soortgelijke vragen kan verregaande consequenties hebben, met name wanneer schade is voorgevallen wat onder de dekking valt. De verzekeraar kan gevolgen verbinden aan de onjuiste of onvolledige beantwoording van dergelijke vragen over het strafrechtelijk verleden, al dan niet terecht.

In de praktijk komt de verzekeraar pas achter een strafrechtelijk verleden van een verzekerde, wanneer de verzekerde hier iets over zegt (bijvoorbeeld tijdens een interview met de onderzoeker van de verzekeraar). De verzekeraar heeft namelijk geen toegang tot de justitiële documentatie, ook wel ‘strafblad’ genoemd, van een persoon.

De verzekeraar mag alleen vragen naar feiten betreffende het strafrechtelijk verleden die voorgevallen zijn in de 8 jaar vóór het afsluiten van de verzekering. Op grond van de wet kan de verzekeraar de termijn van 8 jaar niet verlengen. Het is niet de bedoeling dat een verzekeringnemer zijn hele leven achtervolgd blijft door een strafrechtelijk verleden. Het kan gebeuren dat niet gevraagd wordt naar een strafrechtelijk verleden. Als er niet gevraagd wordt naar een strafrechtelijk verleden, hoeft de verzekeringnemer daar ook niets over te zeggen. Het is namelijk aan de verzekeraar om een duidelijke daarop gerichte vraag te stellen.

Zie ook: Beticht van verzekeringsfraude? Op de zwarte lijst geplaatst, wat nu?

In dit artikel komt in hoofdlijnen aan bod de relevantie van de vraag over het strafrechtelijk verleden en wanneer daar sprake van is. Ook wordt ingegaan op de consequenties als de vraag onjuist is beantwoord. De verzekerde staat lang niet altijd met lege handen.

Waarom is een strafrechtelijk verleden voor de verzekeraar van belang?

De verzekeraar stelt vragen over het eventuele strafrechtelijk verleden om de betrouwbaarheid van de verzekeringnemer te kunnen beoordelen. Men spreekt ook wel over ‘moreel risico’. De verzekeraar wilt dus op basis van alle informatie over de verzekeringnemer kunnen beoordelen of zij wel of niet een verzekeringsovereenkomst wilt afsluiten met de verzekeringnemer. Hier volgt een extreem voorbeeld ter verduidelijking: Een aspirant-verzekeringnemer is enkele jaren geleden veroordeeld voor brandstichting en nu wilt hij een brandverzekering afsluiten. Hij beantwoordt de vraag over het strafrechtelijk verleden met ‘ja’ en geeft een toelichting. Hij vermeldt daarbij dat hij zijn celstraf uitgezeten heeft en zijn lesje heeft geleerd. De verzekeraar zal in verreweg de meeste gevallen geen verzekeringsovereenkomst afsluiten met deze aspirant-verzekeringnemer, gelet op het mogelijk risico.

Wanneer ben je in aanraking met politie en/of justitie gekomen?

Bij een algemeen geformuleerde vraag over het strafrechtelijk verleden gaat het niet alleen om veroordelingen door de rechter. Als gevraagd wordt ‘bent u in aanraking gekomen met politie en/of justitie?’, is de vraag heel breed. Ook als iemand als verdachte is aangemerkt en aangehouden is door de politie, zal de vraag veelal met ‘ja’ beantwoord moeten worden. Zelfs als die persoon later vrijgesproken wordt, is die persoon nog steeds in aanraking gekomen met politie en/of justitie. Echter, gelet op het feit dat die persoon dan niet veroordeeld is, rechtvaardigt dat niet altijd een weigering van de aspirant-verzekeringnemer.

Het kan ook gebeuren dat de verzekeraar heel specifiek vraagt naar bepaalde strafbare feiten. Ik noem een voorbeeld ter verduidelijking. De verzekeraar stelt de vraag of de verzekeringnemer in de laatste 8 jaar verdacht is geweest van of veroordeeld voor: mishandeling, diefstal, bedrog, oplichting of valsheid in geschrifte. Verzekeringnemer is een paar geleden veroordeeld tot een taakstraf vanwege brandstichting. De verzekeraar heeft hier duidelijk aangegeven omtrent welke strafbare feiten zij wenst te worden voorgelicht en ‘brandstichting’ komt niet in het rijtje voor. Hier hoeft de verzekeringnemer niet te begrijpen dat de vraag ook over zijn veroordeling voor brandstichting gaat.

Beticht van verzwijging, wat nu?

Het kan voorkomen dat een verzekerde niet stil gestaan heeft bij de vraag over een eventueel strafrechtelijk verleden en ‘nee’ heeft geantwoord, terwijl ‘ja’ ingevuld had moeten worden. Wat zijn dan de gevolgen? Wanneer de verzekeraar ontdekt dat de verzekerde niet de waarheid heeft verteld over zijn/haar strafrechtelijk verleden bij de aanvraag van de verzekering, heeft de verzekeraar twee maanden de tijd om de verzekering te beëindigen. Dat kan indien sprake is van opzettelijke misleiding of wanneer bij kennis over het strafrechtelijk verleden geen verzekering zou zijn afgesloten. Ook moet de verzekeraar binnen twee maanden wijzen op de gevolgen, bijvoorbeeld: er wordt minder of helemaal niets uitgekeerd als de verzekerde een schadeclaim heeft ingediend.

De vraag die dan op komt: is dat wel terecht? Dat is lang niet altijd het geval. Eerst zal vast moeten komen te staan dat de verzekerde de vraag over het strafrechtelijk verleden onjuist of onvolledig heeft beantwoord, oftewel: is er wel sprake van verzwijging. Er wordt weliswaar gesproken over een mededelingsplicht van de verzekerde, maar de verzekeraar heeft net zo goed verplichtingen.

Zo zal de vraag over het strafrechtelijk verleden begrijpelijk geformuleerd moeten worden in niet mis te verstane bewoordingen. Ik noem een voorbeeld ter verduidelijking. De verzekeraar stelt de vraag of iemand in de afgelopen 8 jaar in aanraking is geweest met politie en/of justitie. De verzekeringnemer is 9 jaar geleden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar. Die verzekeringnemer is dus meer dan 8 jaar voor het aangaan van de verzekering veroordeeld, terwijl de gevangenisstraf in de afgelopen 8 jaar is uitgezeten. Hier hoeft de verzekeringnemer niet te begrijpen dat de vraag van de verzekeraar ook gaat over het uitzitten van de gevangenisstraf. Daar heeft de verzekeraar niet specifiek naar gevraagd.

De verzekeraar heeft zelfs meer verplichtingen. De hiervoor genoemde tweemaandentermijn is ter bescherming van de verzekerde in de wet opgenomen, zodat die niet lange tijd in onzekerheid verkeert. De verzekeraar die ontdekt dat sprake is van verzwijging moet binnen twee maanden na ontdekking de verzekerde wijzen op de verzwijging en de mogelijke gevolgen. Als de tweemaandentermijn ongebruikt is verstreken en de verzekeraar weet dus al meer dan twee maanden over het strafrechtelijk verleden, kan de verzekeraar niet zomaar de uitkering weigeren.

"Er wordt weliswaar gesproken over een mededelingsplicht van de verzekerde, maar de verzekeraar heeft net zo goed verplichtingen."

Tot slot kan het gebeuren dat helemaal geen antwoord is gegeven op de vraag over een strafrechtelijk verleden. Dan is dus niet onjuist of onvolledig geantwoord. Het is dan aan de verzekeraar om navraag te doen naar de betekenis van het openlaten. Doet de verzekeraar dat niet, kan de verzekeraar er zich in beginsel niet op beroepen dat vragen niet zijn beantwoord.

Conclusie

Gelet op het voorgaande komt er meer bij kijken bij een op het eerste oog simpele vraag over een strafrechtelijk verleden. Niet alleen de verzekeringnemer en/of verzekerde heeft verplichtingen, maar ook de verzekeraar. Niet in alle gevallen is een weigering van dekking door de verzekeraar vanwege een verzwegen strafrechtelijk verleden terecht. De vraag kan bijvoorbeeld redelijkerwijs anders opgevat zijn. Ook kan voorkomen dat de vraag helemaal niet onjuist of onvolledig is beantwoord. In zulke gevallen doet u er verstandig aan een gespecialiseerde verzekeringsadvocaat in te schakelen om de dekkingsweigering aan te vechten.

Wordt een uitkering ten onrechte geweigerd door de verzekeraar? Advocatenkantoor Phea wijst u op uw rechten en voorziet u van advies. Waar nodig kan een gerechtelijke procedure aanhangig worden gemaakt. Heeft u een rechtsbijstandverzekering die dekking verleent? Uw rechtsbijstandsverzekeraar betaalt dan uw advocaatkosten bij een gerechtelijke procedure. Met uw toestemming nemen wij contact op met uw rechtsbijstandsverzekeraar om de dekking te regelen.

Hebt u vragen over een verzekeringsuitkering bij een nadien gebleken strafrechtelijk verleden en/of over het verzekeringsrecht? Hebt u een discussie met uw verzekeraar over de dekking? Wij helpen u graag verder. Neem vrijblijvend contact met ons op. Vraag hierbij om een vrijblijvend kennismakingsgesprek, waarbij een advocaat oordeelt of uw zaak kans van slagen heeft.


Tags: , ,