verzekeringsfraude Archieven | Advocatenkantoor Phea in Arnhem
Vragen of interesse? Neem contact op!

Geplaatst: 28 augustus 2018

Beticht van verzekeringsfraude? Op de zwarte lijst geplaatst, wat nu?

Wanneer de verzekeraar u als verzekerde beschuldigt van verzekeringsfraude, heeft dat hele vervelende gevolgen. Eén van die gevolgen is dat uw personalia in het Extern Verwijzingsregister van de stichting CIS (afgekort: EVR) worden geplaatst. Dit noemt men ook wel de zwarte lijst van de verzekeraars. De verzekeraar wilt met een externe registratie andere verzekeraars ‘waarschuwen’. Als u in het EVR staat geregistreerd, kan u bijna nergens meer een (schade)verzekering afsluiten. En als het wel lukt om een verzekering af te sluiten, betaalt u torenhoge verzekeringspremies terwijl de voorwaarden slechter zijn. De vraag is dan of dat allemaal wel mag en welke voorwaarden er gelden voor registratie van personalia in het EVR van de stichting CIS. De verzekeraar moet aan zeer strenge eisen voldoen. Wanneer niet voldaan wordt aan de eisen, moet de CIS-registratie verwijderd worden. Wat die eisen zijn, leg ik hieronder uit.

 

Wat is verzekeringsfraude eigenlijk?

Eerst beginnen we met de definitie van verzekeringsfraude. De definitie lijkt weliswaar eenvoudig, maar is het niet. De definitie van verzekeringsfraude is: ‘het opzettelijk misleiden van de verzekeraar met als doel om een verzekeringsuitkering te verkrijgen, waarop anders geen recht bestond’. Ik noem vier voorbeelden van verzekeringsfraude:

We zien al dat ‘opzet’ een belangrijk bestanddeel is bij verzekeringsfraude. Verzekeringsfraude wordt ook wel ‘opzettelijke misleiding’ genoemd. Misleiding zonder opzet is geen verzekeringsfraude.

In dit artikel ga ik in op de externe registratie van personalia in het EVR van de stichting CIS. Vaak wordt zo’n registratie een CIS-registratie genoemd. Er zijn echter ook andere gevolgen, wanneer de verzekeraar u beschuldigt van verzekeringsfraude.

Zie ook: Stichting CIS: de registraties uitgelegd

 

Voorwaarden voor registratie in het EVR van de stichting CIS

Dan komen we bij de voorwaarden voor registratie in het EVR van de stichting CIS. Rechters stellen keer op keer vast dat de verzekeraar voor registratie van personalia in het EVR aan zeer strenge eisen moet voldoen. Het is logisch dat er zeer strenge eisen gelden. Het is ook niet niks om iemand op een zwarte lijst te zetten. De strenge eisen staan onder andere in het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen. Hieronder leg ik de eisen uit.

Er moet bovenal sprake zijn van vaststaande verzekeringsfraude. Een vermoeden van verzekeringsfraude is niet genoeg om in het EVR van de stichting CIS opgenomen te worden. Er moet sprake zijn van opzettelijke benadeling van de verzekeraar door de verzekerde om een uitkering te krijgen, waar hij anders geen recht op zou hebben.

De verzekeraar moet dus goed onderzoek doen naar de feiten of er inderdaad sprake is van bedrog en daarbij goed luisteren naar het verhaal van de verzekerde. Het kan namelijk ook gaan om een onhandigheid van de verzekerde of de verzekerde heeft per ongeluk het schadeformulier verkeerd ingevuld. Ook gebeurt regelmatig dat de verzekerde de termen niet begrijpt en iets zegt wat hij niet bedoelt. De verzekeraar moet dus bewijzen dat er sprake is van opzet tot misleiding van de verzekeraar. Het moet niet gaan om een misverstand dan wel vergissing.

"Een vermoeden van verzekeringsfraude is niet genoeg om in het EVR van de stichting CIS opgenomen te worden."

Wat heeft de rechter hierover gezegd in het verleden? Ik haal een voorbeeld aan uit een arrest van het gerechtshof. Het ging hierbij om een claim bij de ziektekostenverzekeraar. De verzekerde heeft een rekening van 800 dollars bij zijn verzekeraar ingestuurd. Hij geeft de uitleg dat hij in het buitenland voor malaria was behandeld. De verzekeraar doet navraag bij de arts en de arts zegt dat er slechts een bedrag van 50 dollars is betaald voor de behandeling. De verzekeraar heeft om die reden uitkering van het verzekeringsgeld geweigerd (het volledige bedrag van 800 dollars) en de personalia van de verzekerde opgenomen in het EVR van de stichting CIS. De verzekerde vecht dit aan bij de rechter. Hoewel het gerechtshof het bedrag hoog vindt, oordeelt het gerechtshof dat van vaststaande verzekeringsfraude geen sprake is. De arts heeft immers de volledige inzage in de administratie van het ziekenhuis geweigerd. Nader onderzoek naar de hoogte van de claim is hierdoor niet gedaan. Bovendien heeft de verzekeraar geen nader onderzoek ingesteld naar de door verzekerde overlegde kwitantie van de behandeling. De verzekeraar heeft dus volgens het gerechtshof niet voldoende aangetoond dat sprake is van verzekeringsfraude. De registratie in het EVR van de stichting CIS was dus onterecht. De verzekeraar moest van de rechter de EVR registratie verwijderen.

Helaas komt Advocatenkantoor Phea maar al te vaak gevallen tegen waar de verzekerde ten onrechte wordt beticht van verzekeringsfraude, terwijl daar geen sprake van is. Wanneer geen sprake is van verzekeringsfraude, moet de EVR / CIS registratie verwijderd worden.

 

Proportionaliteitsvereiste; duur van de registratie

Maar ook als de verzekeraar wel heeft aangetoond dat aan de voorwaarden voor registratie in het EVR voldaan is, moet de verzekeraar het proportionaliteitsbeginsel in acht nemen. Dat wil zeggen dat de verzekeraar het belang van de registratie moet afwegen tegen de nadelige gevolgen voor de verzekerde. Het blijft dus mogelijk dat de gevolgen van een registratie voor de verzekerde zo ernstig zijn, dat die registratie niet mag plaatsvinden.

Ook is mogelijk dat de duur van de registratie beperkt moet blijven, vanwege die (ernstige) gevolgen voor de verzekerde. De maximale duur van registratie in het EVR bij de stichting CIS in het geval van vaststaande verzekeringsfraude is acht jaar.

Advocatenkantoor Phea ziet vaak in de praktijk gebeuren dat verzekeraars het proportionaliteitsbeginsel niet (goed) toepassen. Met een ‘standaardzin’ zegt de verzekeraar dat gekeken is naar de gevolgen voor de verzekerde en dat er toch geregistreerd wordt. Een onderbouwing ontbreekt, zodat ook niet valt te controleren dat daadwerkelijk gekeken is naar de gevolgen voor de verzekerde.

 

Onterechte registratie in het EVR aanvechten met Advocatenkantoor Phea

De conclusie is dat van verzekeringsfraude alleen sprake kan zijn als de feiten ondubbelzinnig op verzekeringsfraude wijzen, terwijl geen andere uitleg mogelijk is. Van verzekeringsfraude is geen sprake in geval van een op het eerste gezicht onwaarschijnlijke verhaal van de verzekerde dat bij nadere bestudering wel waar kan zijn. Een vermoeden van verzekeringsfraude is onvoldoende voor een registratie in het EVR van de stichting CIS. Toch komt het regelmatig voor dat de persoonsgegevens van de verzekerde in het EVR worden opgenomen zonder dat van vaststaande verzekeringsfraude sprake is. In dit geval doet u er verstandig aan een gespecialiseerde verzekeringsadvocaat in te schakelen en de registratie in het EVR van de stichting CIS aan te vechten. Advocatenkantoor Phea heeft ruime ervaring in zulke zaken en heeft vele onterechte registraties namens de verzekerde aangevochten en verwijderd gekregen.

Bent u onterecht geregistreerd in het EVR van de stichting CIS? Wilt u een EVR registratie verwijderd hebben? Advocatenkantoor Phea is gespecialiseerd in het verzekeringsrecht en kan de mogelijkheden met u bespreken in een vrijblijvend gesprek. Waar nodig wordt namens u een gerechtelijke procedure aanhangig gemaakt.

Heeft u een rechtsbijstandverzekering die dekking verleent? Uw rechtsbijstandsverzekeraar betaalt dan uw advocaatkosten bij een procedure. Met uw toestemming nemen wij contact op met uw rechtsbijstandsverzekeraar om de dekking te regelen.


Tags: , , , ,

Geplaatst: 10 augustus 2018

7 gevolgen van verzekeringsfraude

Wanneer een verzekerde een schadeclaim indient bij de verzekeraar, kan de verzekeraar een onderzoek instellen naar de claim. Er wordt bijvoorbeeld een toedrachtsonderzoeker ingeschakeld om een interview af te nemen bij de verzekerde of derden. Een uitkomst van het onderzoek kan zijn dat de verzekeraar van mening is dat sprake is van opzettelijke misleiding van de verzekeraar, ofwel verzekeringsfraude. Hoewel de verzekerde het daarmee oneens is, zal de verzekeraar gevolgen willen verbinden aan de door haar vastgestelde verzekeringsfraude.

In dit artikel komt in hoofdlijnen aan bod welke gevolgen de verzekeraar kan (dus hoeft niet) verbinden aan haar vaststelling dat sprake is van verzekeringsfraude. Het is een andere vraag of die vaststelling wel of niet terecht is. Alleen bij vaststaande of bewezen verzekeringsfraude kan de verzekeraar gevolgen daaraan verbinden. Anders niet. Daar wordt kort op teruggekomen in dit artikel en verwezen naar andere artikelen op onze website.

Gevolg 1: dekking wordt geweigerd

De verzekeraar zal bij vastgestelde verzekeringsfraude (vrijwel) altijd de uitkering van de schadeclaim weigeren. Dit zal de verzekeraar doen met een beroep op de wet of de polisvoorwaarden van de verzekering. Daarbij gaat de verzekeraar, in vergelijking met omringende landen, erg ver. De verzekeraar zal namelijk de gehele claim weigeren, ook al ziet de verzekeringsfraude op een klein onderdeel. Voorbeeld: bij een inbraak die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden worden de sieraden, een horloge en een televisie gestolen met een totale waarde van 2000 euro. De verzekerde geeft dit op in zijn schadeclaim, maar geeft ook aan dat een camera van 100 euro is gestolen. De verzekeraar komt erachter dat de camera niet tot de gestolen goederen behoort. Hoewel de verzekeringsfraude dan ‘slechts’ die 100 euro betreft tegenover een wel terechte claim van 2000 euro, zal de verzekeraar de hele claim weigeren uit te keren.

Er zijn echter uitzonderingen denkbaar op dit ‘altijd niets’-beginsel. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de verzekerde meerdere verzekeringen heeft lopen, zoals een inboedel- en een opstalverzekering, en dat vaststaande fraude bij één verzekering niet per se hoeft te betekenen dat de uitkering bij de andere verzekering komt te vervallen. Onder omstandigheden is een volledige verval van het recht op uitkering op beide verzekeringen niet gerechtvaardigd.

Gevolg 2: beëindiging van de verzekering(en)

Een tweede maatregel die bij vastgestelde fraude (vrijwel) altijd genomen wordt door de verzekeraar is de beëindiging van de verzekering. Dan gaat het in eerste instantie om de verzekering waar de (vermeende) fraude op ziet. Vaak zegt de verzekeraar dat zij uitgaat van wederzijds vertrouwen en dat dit vertrouwen geschaad is. Om die reden wordt de verzekeringsrelatie met de verzekerde stopgezet. Daarbij wordt tevens verwezen naar de polisvoorwaarden, waarin opgenomen is dat de verzekeraar de overeenkomst kan beëindigen bij gebleken verzekeringsfraude.

In diezelfde polisvoorwaarden staat vaak ook opgenomen dat andere verzekeringen die de verzekerde heeft lopen bij dezelfde verzekeraar, ook beëindigd kunnen worden. De verzekeraar zal dan met inachtneming van de opzegtermijn ook deze verzekeringen beëindigen. Niet alle verzekeringen kunnen echter stopgezet worden. Ten aanzien van de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen is dat namelijk niet altijd toegestaan. Wanneer beëindiging niet toegestaan is, zal de verzekeraar aantekenen dat uitbreiding of verhoging van de dekking niet langer geaccepteerd wordt.

Gevolg 3: opname persoonsgegevens in Incidentenregister verzekeraar

Een derde (mogelijke) gevolg is de opname van de (persoons)gegevens in het Incidentenregister van de betreffende verzekeraar, wat neerkomt op een eigen zwarte lijst van de verzekeraar. Andere namen die gebruikt worden in de praktijk zijn Gebeurtenissenadministratie en Intern Verwijzingsregister.

Wat voor gevolgen heeft zo’n registratie dan? Wanneer de verzekerde een nieuwe verzekering wilt afsluiten, zal hij/zij vrijwel zeker geweigerd worden bij de verzekeraar waar hij/zij in het Incidentenregister staat. Het gaat dan ook om een zwarte lijst met personen die de verzekeraar niet in haar klantenbestand wilt hebben.

Verzekeraars in Nederland opereren onder meerdere (handels)namen. Zo vallen Centraal Beheer, FBTO en Interpolis allemaal onder de Achmea Groep. En Europeesche is dan weer een handelsnaam van ASR Schadeverzekeringen. Een registratie in het Incidentenregister betekent dat alle verzekeraars die behoren tot dezelfde groep en hetzelfde moederbedrijf hebben, toegang hebben tot het Incidentenregister.

Gevolg 4: de gegevens worden gezet in het EVR van de stichting CIS

Wanneer de verzekeraar verder wenst te gaan, zal zij ook andere verzekeraars willen waarschuwen. In dat geval worden de (persoons)gegevens ook gezet in het zogeheten Extern Verwijzingsregister (afgekort: EVR) van de stichting CIS te Den Haag. Alle aangesloten verzekeraars hebben toegang tot het EVR van de stichting CIS. In de praktijk betekent dit dat de verzekerde nergens meer een verzekering kan afsluiten tegen gangbare tarieven en voorwaarden. In feite betekent dit dat elke keer dat de naam van de verzekerde opduikt een rode vlag omhoog gaat en verzekerde geweigerd wordt.  De verzekerde kan in de praktijk dan alleen nog terecht bij De Vereende, die zogenaamde ‘probleemverzekeringen’ afsluit. Gevolg is dat er véél meer verzekeringspremie betaald moet worden en dat er minder gunstige voorwaarden gelden.

Vanwege deze verregaande consequenties wordt een opname in het EVR van de stichting CIS aan zeer strenge eisen verbonden. Een onterechte registratie in het EVR komt Advocatenkantoor Phea helaas maar al te vaak tegen. Door de strenge eisen valt genoeg te doen tegen een EVR-registratie en kan zo’n CIS-registratie of EVR-registratie verwijderd worden. Zo is een redelijk vermoeden van verzekeringsfraude onvoldoende voor registratie in het EVR. Niet alleen moet er een gerechtvaardigde overtuiging zijn dat sprake is van verzekeringsfraude. Ook moet er voldoende bewijs van verzekeringsfraude voorhanden zijn. Deze overtuiging en het bewijs moeten er zijn op het moment van opname van (persoons)gegevens in het EVR.

Zie ook: Beticht van verzekeringsfraude? Op de zwarte lijst geplaatst, wat nu?

De maximale duur van registratie is acht jaar. Hoewel in het verleden steevast de registratieduur op acht jaar werd gezet, ziet Advocatenkantoor Phea steeds vaker dat lagere registratieduren gehanteerd worden. Dit zal te maken hebben met het feit dat er een verplichte belangenafweging dient plaats te vinden, waarbij gekeken wordt naar de belangen van de verzekeraar en de belangen van de verzekerde. Het kan dus gebeuren dat ook bij vaststaande verzekeringsfraude niet tot externe registratie in het EVR overgegaan wordt vanwege de zeer nadelige gevolgen voor de verzekerde.

 

Gevolg 5: melding aan het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit

Veelal gaat de registratie van (persoons)gegevens in het EVR gepaard met een melding van de kwestie bij het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit van het Verbond van Verzekeraars (afgekort: CBV). Het CBV is een afdeling binnen het Verbond van Verzekeraars (belangenvereniging van verzekeraars binnen Nederland) waar enkele mensen werkzaam zijn. Het CBV gebruikt de informatie voor het coördineren van onderzoeken naar verzekeringsfraude. De verzekeringsbranche kan via het CBV de registratie ook raadplegen bij sollicitaties en aanstellingen. Een dergelijke melding aan het CBV kan dus verregaande gevolgen hebben wanneer de verzekerde een carrière ambieert in de verzekeringsbranche of bij een financiële instelling.

 

Gevolg 6: onderzoekskosten worden gevorderd

Verder zal de verzekeraar ook de gemaakte onderzoekskosten willen verhalen op de verzekerde. De stelling van de verzekeraar komt erop neer dat zij geen onderzoekskosten had gemaakt als er niet is gefraudeerd. In de eerste plaats wordt een vast bedrag van 532 euro gevorderd, wat een gemiddelde bedrag aan onderzoekskosten per onjuiste schademelding betreft. De Service Organisatie Directe Aansprakelijkheid (SODA) incasseert deze kosten. Wanneer de verzekeraar ook externe onderzoeksbureaus of deskundigen heeft ingeschakeld, bijvoorbeeld voor het uitlezen van de auto of voor ongevalsonderzoek, zullen ook deze kosten neergelegd worden bij de verzekerde.

Gevolg 7: aangifte bij politie

Tot slot zal in sommige gevallen aangifte worden gedaan bij de politie van (verzekerings)fraude of valsheid in geschrifte. Dit komt in de praktijk echter erg zelden voor. Het lijkt erop dat aangifte bij de politie gedaan wordt in de gevallen dat het fraudebedrag heel hoog is en in gevallen waar sprake is van georganiseerde misdaad.

 

"Vanwege de verregaande maatregelen die verbonden zijn aan de vaststelling van verzekeringsfraude, mag niet al te lichtvaardig verzekeringsfraude aangenomen worden."

Conclusie

Zo bezien zijn er best veel maatregelen die getroffen kunnen worden wanneer de verzekeraar van mening is dat sprake is van verzekeringsfraude. Vanwege de verregaande maatregelen die verbonden zijn aan de vaststelling van verzekeringsfraude, mag niet al te lichtvaardig verzekeringsfraude aangenomen worden. De verzekeraar moet gedegen onderzoek verrichten en nauwgezet nagaan of inderdaad sprake is van bedrog of verzekeringsfraude. Het moet niet gaan om een vergissing of misverstand.

Wordt in uw geval ten onrechte verzekeringsfraude vastgesteld met alle gevolgen van dien? Advocatenkantoor Phea wijst u op uw rechten en voorziet u van advies. Waar nodig kan een gerechtelijke procedure aanhangig worden gemaakt door een gespecialiseerde verzekeringsadvocaat. Heeft u een rechtsbijstandverzekering die dekking verleent? Uw rechtsbijstandsverzekeraar betaalt dan uw advocaatkosten bij een gerechtelijke procedure. Met uw toestemming nemen wij contact op met uw rechtsbijstandsverzekeraar om de dekking te regelen.

Hebt u vragen over een zaak waarbij de verzekeraar verzekeringsfraude aanneemt en/of over het verzekeringsrecht? Hebt u een discussie met uw verzekeraar over de dekking? Wij helpen u graag verder. Neem vrijblijvend contact met ons op. Vraag hierbij om een vrijblijvend kennismakingsgesprek, waarbij een advocaat oordeelt of uw zaak kans van slagen heeft.


Tags: , , , ,